Volg het spoor

Harderwijk gaat Snoeien, bloeien en groeien

Collegeprogramma 2010-2014. Na de verkiezingen hebben de fracties van de VVD, CDA, ChristenUnie en PvdA het Coalitieakkoord ‘Snoeien en bloeien’ opgesteld. Dit coalitieakkoord vormt de basis voor het collegeprogramma 2010-2014 ‘Snoeien, bloeien en groeien’. In het collegeprogramma is de koers voor de komende vier jaar uitgezet. Het collegeprogramma geeft aan waar het college van burgemeester en wethouders naast de reguliere werkzaamheden de focus op richt.  

Speerpunten
De speerpunten voor de komende vier jaar zijn:

1.    Deelname aan de samenleving
Het uitgangspunt is dat iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving. Dit is de gedachte achter het gemeentelijk onderwijs- en arbeidsparticipatiebeleid, de Wmo, het gemeentelijk minimabeleid en het gemeentelijk educatiebeleid. De belangrijkste elementen van dit speerpunt zijn onderwijs en arbeidsparticipatie.

Onderwijs is van vitaal belang. De gemeente draagt hieraan bijvoorbeeld bij door te zorgen voor kwalitatief goede en duurzame huisvesting, zowel voor nieuwbouw of verbouw als voor  onderhoud aan bestaande gebouwen.

Activiteiten worden ondernomen om de kans van werkzoekenden op arbeidsparticipatie te verbeteren. Deze richten zich zonder andere sectoren uit te sluiten, primair op kansrijke sectoren (dienstensector en gezondheidszorg).  

2.    Burgerparticipatie (interactief werken)
Bij de beleidsvorming is de interactie met inwoners en andere doelgroepen belangrijk. Inwoners worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij de totstandkoming van beleid. Deze collegeperiode wordt het kader van interactief werken herijkt en opnieuw vastgesteld.   

3.    Economie
De ondernemers vormen de ‘motor’ van de lokale economie. De ondernemers zorgen niet alleen voor werkgelegenheid en inkomsten maar ook voor brede ondersteuning van maatschappelijke initiatieven, vergroten van sociale cohesie, verhoging van de leefbaarheid en het in standhouden van het voorzieningenniveau. Deze collegeperiode ligt de nadruk op:
- het verbeteren van de positie van Harderwijk als economisch centrum in de regio
   Noord-Veluwe;
- het versterken van de werkgelegenheid door samen met economisch sociale partners
   uitvoering te geven aan plannen die de werkgelegenheid versterken;
- het versterken van recreatie en toerisme in samenspraak met de lokale partners
  (stichting HaRT);
- het versterken van de cultuurhistorische binnenstad;
- het intensiveren van de samenwerking met de Nederlandse en de internationale
  Hanzesteden.

4.    Bereikbaarheid/Stationsomgeving
In 2011 en 2012 gaat de planvorming voor de Stationsomgeving door op het niveau van Structuurvisie en Bestemmingsplan. In dit gebied worden stedelijke activiteiten gecombineerd met een hoogwaardig knooppunt van verkeersstromen. Door Prorail wordt de planstudie voor het realiseren van de aansluiting van station Harderwijk op Randstadspoor uitgevoerd. Met deze aansluiting zal er in 2015 elk kwartier een treinverbinding zijn met Amersfoort en Utrecht. In deze planstudie wordt de mogelijkheid van een eventuele toekomstige Intercitystop tussen Zwolle en Amersfoort  meegenomen. Met de realisatie van de aansluiting van Harderwijk op Randstadspoor zal ook uitvoering worden gegeven aan één of meerdere onderdoorgangen onder de spoorlijn voor auto- en fietsverkeer.

5.    Waterfront
Na jarenlange voorbereiding staat het Waterfront aan de vooravond van de realisatiefase. Essentiële eerste stap daarin is de uitbreiding van industriegebied Lorentzhaven. Naar die locatie worden daarvoor in aanmerking komende bedrijven van het industriegebied Haven verplaatst (fase 1). Met die beweging komt de dynamiek in de realisatie van het Waterfront op gang. Met de aanleg van Lorentzhaven is de basis gelegd voor de realisatie van ongeveer 775 woningen, de bouw van twee parkeergarages, de uitvoering van 20.000 m2 leisure, de aanleg van het strandeiland en de herinrichting van het Boulevardgebied (fase 2). Een belangrijke randvoorwaarde voor de realisatie van het Waterfront (woonprogramma) is de realisatie van een tweetal vogelrustgebieden. De inzet is om in goed overleg met betrokken en belanghebbende partijen sluitende afspraken te maken over realisatie, instandhouding, beheer en handhaving van de rustgebieden.
Voor fase 3 wordt een aantal scenario’s ontwikkeld, waarbij het beperken van de negatieve gevolgen voor de grondexploitatie uitgangspunt is. Een stedenbouwkundige herijking van dit deelgebied is nodig, omdat het ontwikkelperspectief van fase 3 is verkleind, doordat het ruimtebeslag N302 groter is, dan oorspronkelijk werd aangenomen.

Thema’s Stadsvisie
Per thema van de Stadsvisie (Woonklimaat, Maatschappelijke voorzieningen, Werken, Bereikbaarheid) is in het collegeprogramma aangegeven:
- de doelstelling uit de stadvisie (2031);
- wat het college van burgemeester en wethouders in deze collegeperiode wil bereiken;
- wat het college van burgemeester en wethouders daarvoor gaat doen (concrete activiteiten).
Aan onderwerpen die niet gelieerd kunnen worden aan een thema van de Stadsvisie, is een apart hoofdstuk besteed (Bestuur en Organisatie).

Tot slot
In deze collegeperiode verwacht het college van burgemeester en wethouders door de gevolgen van het regeerakkoord en de korting op het Gemeentefonds een ombuiging/bezuiniging van € 6,9 miljoen. Hiervan is al € 1,0 miljoen ingevuld in de Programmabegroting 2011-2014. Mogelijk is temporisering van ambities noodzakelijk als gevolg van de ombuigingen/bezuinigingen.

Bestuurlijke behandeling
Op 18 november 2010 wordt het collegeprogramma besproken tijdens de gemeenteraadsvergadering.
De vergadering begint om 19.30 uur.Tijdens deze behandeling kunnen inwoners en belanghebbenden inspreken.
Insprekers kunnen dat melden bij de raadsgriffie via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of voor het begin van de vergadering bij de raadsgriffier.

Aanvullende gegevens